Nieuw pachtstelsel echt in zicht
Het is de staatssecretaris van Landbouw gelukt te doen wat hij zei dat hij zou doen: met een besluit ten aanzien van een nieuw pachtstelsel komen voor het zomerreces van de Kamer. Het is voor het eerst in jaren dat een bewindspersoon verder is gekomen dan het voornemen het pachtstelsel te gaan vernieuwen. Dit is zonder meer prijzenswaardig.
Dat de staatssecretaris ervoor gekozen heeft de bestaande overeenkomsten in stand te laten – zoals verwoord in zijn brief van 20 december 2024 – en hun tijd te laten uitdienen is een verstandige, maar ook pragmatische keuze die veel problemen en procedures voorkomt. Daarmee is ook een obstakel om verder te komen weggenomen.
De inzet van de staatssecretaris is om korte contracten te ontmoedigen en lange contracten te stimuleren. De vraag is of hij daarin zal slagen.
Met het verschijnen van de liberale pacht in 2007 hebben we gezien dat er vooral substitutie plaats heeft gevonden: korte pacht vervangt lange pacht. De stelling van de staatssecretaris dat de introductie van de eenmalige pacht en vervolgens de liberale pacht succesvol zijn geweest in het stoppen van de daling van het pachtareaal is onjuist. Dat de liberale kortdurende pacht voorzag in een behoefte bij verpachters, behoeft geen betoog. Dat korte pacht slecht is voor boer en bodem evenmin.
De vraag is of de nu gekozen positie van de staatssecretaris om de korte pacht maximaal 12 jaar te maken met een progressief dalende prijs genoeg zal zijn om verpachters te laten kiezen voor lange pacht. Veel zal gaan afhangen hoe de prijs bij deze vorm er uit zal gaan zien, hoe snel die prijs zal dalen bij het korter worden van het contract, en hoe die gehandhaafd zal worden. De staatssecretaris gaat uit van een gereguleerde prijs voor de korte pacht en een vrije prijs voor lange pacht.
Verpachters zullen altijd die pachtvorm kiezen die een optimum tussen prijs en flexibiliteit zal geven. Tot nu toe ging het de verpachters altijd om geld en flexibiliteit, maar vooral om geld. De liberale pacht maakte dat ook mogelijk. De praktijk zal nu moeten gaan uitwijzen of de door verpachters zo vaak aangehaalde noodzaak van flexibiliteit het nu gaat winnen van het geld.
De duurzame langlopende pacht, waar de keuze voor ten minste 24 jaar een goede is, zal alleen goed uit de verf kunnen komen als de weg naar de korte pachtvormen effectief afgesneden blijkt te zijn. De ‘kortdurende’ contracten van 12 jaar zullen dus een gereguleerde prijs moeten hebben die onaantrekkelijk genoeg is om de verpachter tot lange pacht te laten besluiten. Het succes van een nieuw stelsel zal daarnaast mede afhangen van een aantal zaken die de staatssecretaris nog zegt te gaan uitwerken.
Het uiteindelijke oordeel over het werk van de staatssecretaris zal pas te geven zijn als de wetsteksten bekend zijn en vervolgens als het systeem gaat werken.
The proof of the pudding is in the eating, zoals de Engelsen zeggen.