Bond voor landpachters en eigen grondgebruikers

Woningnood

Woningnood. Niemand kan nog aan een huis komen. En duur, vreselijk duur die huizen. Als je niet hoger wil bieden dan de vraagprijs, nou, blijf dan maar thuis (als je dat nog hebt), zeggen de makelaars die gouden tijden beleven. Nog nooit was er zo ongelooflijk veel woningnood, althans dat wordt ons voortdurend voorgehouden, door de Nederlandse vereniging van Makelaars, door Maxime Verhagen, ooit CDA-politicus en nu bouw bobo, door het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB). Kritiekloos wordt het herhaald: vreselijke woningnood. Driehonderdduizend huizen zijn er onmiddellijk nodig en op termijn een miljoen extra. Waar komen die getallen vandaag? Van de bouw? Niemand die het weet, maar dat geeft niet. Door het herhalen van dat wat waarheid moet worden, wordt het ook waarheid. De minister van Binnenlandse Zaken heeft de getallen al overgenomen. Goede lobby van de jongens van de bouw dus. Ondertussen is de oplossing er ook al: bouwen, heel veel bouwen. Bouwen in het “groen”, zegt het EIB, want dat willen de mensen en dat is goedkoper dan bouwen in de stedelijke omgeving. Bouwen in de stedelijke omgeving kan natuurlijk wel, maar dat willen de jongens van de bouw niet. Ze willen op het land van de boer. Dat is ook fijn voor de boer, zeggen de jongens van de bouw. 

Maar is het allemaal wel zo erg als wordt voorgesteld? “De woningvoorraad in vergelijking met het aantal inwoners en huishoudens is gelijk aan tien jaar geleden”, zegt Van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. “De prijzen stijgen door de hoge vermogens en lage rente, waardoor mensen meer kunnen betalen voor een woning”, zegt Van Mulligen. Het vermogen van Nederlanders is nog nooit zo groot geweest. 

Ook De Nederlandse Bank zegt dat het gemakkelijk krijgen van een steeds goedkopere financiering van de eigen woning een belangrijke factor is in de stijging van de huizenprijzen. Meer zelfs dan het woningtekort. DNB bedoelt daarmee onder andere de hypotheekrenteaftrek, ruime leennormen en subsidie voor starters. Dat wakkert de vraag naar huizen aan en zo stijgen de prijzen. Vervolgens kunnen doorstromers met de overwaarde nóg meer geld bieden op een volgend huis.

Ondertussen stijgt de prijs van grond elke keer als de “1 miljoen huizen erbij” mantra wordt herhaald en wordt het niet alleen voor woningzoekenden moeilijker een huis te vinden, maar ook voor jonge boeren om aan grond te komen en voor de landbouw om aan maatschappelijke eisen te voldoen.

We moeten vastgestellen dat de huren hoog zijn, net als de prijs van woningen, dat de markt alles rond wonen niet op een maatschappelijk aanvaardbare manier heeft opgelost en dat niet te verwachten is dat de markt het gaat oplossen, zolang speculatie met woningen loont. Het simpel bouwen van meer huizen is te simpel als oplossing voor alles. Het is tijd om na te denken wat we willen met de ruimte in Nederland. Wat willen we met wonen, natuur, landbouw en infrastructuur. “Niet alles kan overal”, zei Remkes eerder, want Nederland gaat niet groter worden dan het is. Dat betekent meer planning, scherp kiezen, meer regie en minder markt.