Bond voor landpachters en eigen grondgebruikers

De nieuwe voorzitter van de BLHB

Op 14 november is Herman Miedema uit Burdaard door de Algemene Ledenvergadering benoemd tot voorzitter van de BLHB. Miedema staat voor diverse uitdagingen: het tot een goed einde brengen van de aanpassing van de pachtregelgeving, het nog beter faciliteren van de leden en het verbreden van de blik op grondgebruiksvormen en de financiering van agrarische bedrijven.

Achtergrond

Herman is 61 jaar en woont samen met zijn partner Ester in Burdaard (Friesland). Hij heeft vier kinderen tussen de 24 en 32 jaar, die inmiddels allemaal uitwonend zijn. Na de mavo en de Middelbare Agrarische School in Leeuwarden volgde hij diverse aanvullende opleidingen, waaronder Economische Vorming Toekomstige Ondernemers (EVTO), Economische Vorming Ondernemers (EVO), evenals meerdere vaktechnische en bestuurlijke cursussen.

In zijn vrije tijd leest hij graag, en verder houdt hij van wandelen, fietsen en varen. En uiteraard — als echte Fries — schaatst hij het liefst op natuurijs.

Melkveehouderijbedrijf

De ouders van Herman begonnen als pachtboeren in Leeuwarden, maar moesten door de uitbreiding van de industrie verhuizen naar Wijns. Ook daar startten zij als pachtbedrijf, maar later kregen zij de mogelijkheid de grond aan te kopen. Door deze aankoop én door het gebruik van verschillende vormen van pacht is het bedrijf in de loop der jaren gegroeid tot de huidige omvang.

Het bedrijf telt inmiddels 200 melkkoeien, 110 stuks jongvee en 140 hectare grond, waarvan 79 ha grasland, 20 ha grasland met beperkingen, 16 ha natuurgrond en 25 ha maïs. 

De huiskavel is 40 ha groot, en drie veldkavels (gezamenlijk ook 40 ha) liggen op 2 tot 5 km van de gebouwen. De grondsoort is zware zeeklei. Daarnaast liggen 6 veldkavels op 5 tot 25 km afstand en de grondsoort is zand en daarop wordt vooral mais verbouwd. 

Er wordt 2 keer per dag gemolken in de melkstal in 2 x 16 snelwissel zij aan zij. Eén melker kan 110 koeien per uur melken. Het bedrijf is een gangbaar melkveebedrijf en levert de melk aan FrieslandCampina. De koeien worden 120 dagen per jaar geweid, gemiddeld zes uur per dag.

Al 15 jaar wordt gekruist met Holstein Frisian, Fleckfieh, Noorsroodbont of Jersey.

Herman exploiteert het bedrijf in maatschap met zijn zoon Jehannes. Zijn zoon is medio 2025 op het bedrijf gaan wonen, terwijl Herman zelf in Burdaard woont, op ongeveer zes kilometer afstand. 

Voor het maaien, inkuilen, mest uitrijden, alle maïsactiviteiten en het voeren wordt gebruikgemaakt van de loonwerker. Naast Herman en zijn zoon, die samen het bedrijf exploiteren, is er 1 medewerker in dienst. Verder is er een pool van 5 melkers die het melken in de middag en avond verzorgen.

Herman en zijn zoon werken samen voor een totaal van 1,5 fte, waarbij ze naast het melkveebedrijf ook buiten het bedrijf functies vervullen. Herman zet zich in voor de PUM, een organisatie die lokale, positieve initiatieven wereldwijd stimuleert en samenwerkt met kleine en middelgrote ondernemingen. Hij is betrokken bij verschillende projectendie gericht zijn op melktechniek en -hygiëne, veemanagement, voeren, voederwinning en conservering, vee-pedicureen coöperatieontwikkeling.

Bestuurlijke ervaring

Herman heeft in de loop der jaren een breed scala aan bestuurlijke functies vervuld. Zo was hij lid van de Ledenraad en voorzitter van de districtsraad van FrieslandCampina. Daarnaast bekleedde hij diverse functies binnen de Rabobank, vaktechnische organisaties zoals de VBB en werkte hij mee in de stuurgroep van onderzoek van Wageningen Universiteit. Ook was hij actief binnen LTO-organisaties en hun voorgangers, binnen European Dairy Farmers en in besturen van verschillende scholen.

Op dit moment is Herman bestuursvoorzitter van de Windmolenvereniging Wyns–Bartlehiem–Tergreft.

Grondgebruik en Pacht

Herman vindt grondgebondenheid essentieel voor de agrarische sector. Hij noemt de melkveehouderij als voorbeeld: een sector die grondgebonden is en die, mits op een intensieve wijze, zowel economisch als omgevingsverantwoord kan werken. Maatschappelijk en politiek is er echter een grote vraag naar een meer extensieve vorm van melkveehouderij. Dit vormt een flinke uitdaging, gezien de hoge kosten die hiermee gepaard gaan in Nederland. Lage kostensystemen, zoals we die uit het buitenland en uit onze eigen geschiedenis kennen, zijn in Nederland niet meer haalbaar.

Volgens Herman biedt Nederland echter verschillende mogelijkheden om de bedrijfsvoering te financieren. Deze mogelijkheden zijn echter beperkt, vooral door de marginale marges die boeren vaak ervaren. Waar boeren vroeger wel of juist geen pachtboer waren, zien we tegenwoordig dat de meeste groeiende bedrijven een hybride structuur hanteren, met zowel eigendom als pacht. Deze mix biedt meer flexibiliteit en versterkt de ondernemerschapsmogelijkheden.

Waar er 25 jaar geleden vooral behoefte was aan korte termijn pachtcontracten, is er de laatste jaren steeds meer vraag naar langjarige pachtovereenkomsten. Dit komt doordat ondernemers in zowel akkerbouw als melkveehouderij grote investeringen moeten doen die langdurig gefinancierd moeten worden. Hierdoor is er behoefte aan stabiliteit en zekerheid over de beschikbaarheid van de grond voor langere periodes.

Herman: “Er is een toenemende mismatch tussen de benodigde investeringen in de bedrijfsvoering en de (on-)zekerheid over de beschikking van (te) grote delen van het grondbezit. De voorstellen voor nieuwe pachtwetgeving bieden zowel pachters als verpachters meer mogelijkheden.” Dit zou volgens Herman kunnen resulteren in een betere balans tussen bedrijfsmatige investeringen en de zekerheid over de beschikking van grond voor pachters, en tegelijkertijd een interessant bezit en een efficiënte uitgifte van grond voor verpachters.

Aanpassing pachtregel

De huidige voorstellen voor de pachtwetgeving bieden voldoende mogelijkheden om de wetgeving beter af te stemmen op de vraagstukken van de huidige tijd. Toch blijft het afwachten of deze voorstellen daadwerkelijk gerealiseerd worden, en dat maakt de situatie nog steeds spannend. De verhouding tussen korte- en langlopende pachtcontracten, de voorwaarden die daarbij gelden, en de invulling van duurzaamheid vragen nog veel aandacht in de komende tijd.

Samenwerking met andere partijen speelt hierbij een cruciale rol, aangezien het alleen door gezamenlijke inspanning mogelijk is om deze uitdagingen succesvol aan te pakken.

BLHB

Herman: “Door de vragen van zowel bestaande als nieuwe leden is het mij duidelijk geworden dat de BLHB nog altijd een belangrijke rol speelt als belangenbehartiger.” Hij ziet geen tegenstelling tussen de BLHB en andere belangenbehartigende organisaties in de agrarische sector. Integendeel, er wordt al actief samengewerkt met verschillende andere organisaties, waarbij zij elkaar goed kunnen aanvullen en ondersteunen.

Doordat de BLHB een meer gerichte portefeuille heeft dan sommige bredere belangenbehartigers, kan en mag er van de BLHB veel diepgang en inzet worden verwacht, vooral op het gebied van pacht en alles wat daarmee samenhangt.

Ambities

Het belangrijkste doel voor de BLHB, en dus ook voor Herman, is de vernieuwing van de pachtwetgeving op een manier die de problemen van de afgelopen decennia effectief oplost. Vooral het aanspreken van jonge boeren is hierbij essentieel, zodat zij met deze herziene pachtregel gestimuleerd worden om ondernemingen op te zetten die passen bij de huidige en toekomstige uitdagingen.

Een tweede uitdaging is het faciliteren van de leden door het bieden van adviezen en ondersteuning, die hen helpen om een professionele relatie op te bouwen met hun verpachters, waarbij communicatie en dialoog centraal staan.

Ten slotte ziet Herman de noodzaak om breder te kijken naar gebruiksvormen, kapitalisatie en financiering van de bedrijven van onze leden. In een nieuwe tijd ontstaan niet alleen belemmeringen, maar ook nieuwe kansen en mogelijkheden. De BLHB is tenslotte de Bond voor pacht- én hypotheekboeren, en deze rol kan en moet breder getrokken worden.