Langjarige pacht: fundament voor structuurverbetering
De aanpassingen in de pachtregels bieden ruimte voor een actief structuurbeleid. Het BLHB-bestuur ziet hierin duidelijke kansen om met vernieuwende instrumenten de landbouwstructuur te versterken en om gebiedsgericht beleid een nieuwe impuls te geven.
Landbouwstructuur
De Nederlandse landbouw is van groot belang voor voedselvoorziening, landschap en economie, en geldt wereldwijd als toonaangevend. Deze sterke positie is mede te danken aan het vroegere landbouwbeleid.
Een belangrijk onderdeel daarvan was het OVO-drieluik (Onderzoek, Voorlichting en Onderwijs), dat heeft bijgedragen aan een unieke kennisinfrastructuur in de agrarische sector. Van dit wereldwijd aansprekende systeem zijn vandaag de dag helaas slechts fragmenten over.
Daarnaast speelde de ruilverkaveling decennialang een cruciale rol. Door het ruilen van percelen ontstonden grotere (huis)kavels, kortere rijafstanden en verbeterde waterhuishouding en lagere onderhoudskosten. Het uitgangspunt was dat alle deelnemers erop vooruitgingen, zowel in efficiency als in bedrijfsresultaat. Zo werden waterhuishouding, ontsluiting en andere infrastructurele voorzieningen structureel verbeterd.
Om de voedselproductie te vergroten en de prijzen laag te houden stimuleerde de overheid ruilverkaveling decennialang actief. De kern van elke ruilverkaveling lag in het plan van toedeling, waarin grondeigenaren en gebruikers verplicht werden hun percelen te ruilen. Daarbij gold het uitgangspunt dat geen enkele inbrenger er slechter van mocht worden: iedereen moest er in beginsel op vooruitgaan.
De klassieke ruilverkaveling werd later vervangen door de Landinrichtingswet en vervolgens door de Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG). Daarbij kregen ook natuur, recreatie, landschap en cultuurhistorie een nadrukkelijke plaats, waardoor een integrale aanpak noodzakelijk werd. De bepalingen van de WILG zijn inmiddels opgenomen in de Omgevingswet, maar worden vandaag de dag nauwelijks nog ingezet voor de landbouwstructuur.
Vrijwillige kavelruil wordt slechts beperkt toegepast, mede omdat de vrijwilligheid te vrij is en doordat de inzet van geliberaliseerde pacht onvoldoende prikkels geeft om daadwerkelijk tot duurzame ruilingen te komen. Na afloop van deze pachtvorm ben je de grond weer kwijt.
Van de vroegere grootschalige structuurverbetering is daardoor weinig meer over, terwijl de uitdagingen juist groter zijn geworden. Door schaalvergroting en strengere eisen voor grondgebondenheid neemt de behoefte aan betere verkaveling verder toe. De huidige versnippering zorgt ervoor dat kavels steeds vaker verspreid liggen, soms tientallen kilometers van het bedrijf. Dit leidt tot meer transportbewegingen, hogere kosten en een lagere economische én ecologische duurzaamheid.
Het BLHB-bestuur wil met vernieuwende instrumenten, zoals loopbaanpacht en een hernieuwd agrarisch structuurbeleid, bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige landbouwsector.
Langjarige pacht
De voorstellen van de vier veldpartijen – Federatie Particulier Grondbezit (FPG), Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), BLHB en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) – zoals vastgelegd in de notitie ‘Transitie in de pacht’, zijn vooral gericht op het ontmoedigen van kortlopende pacht en het stimuleren van langjarige overeenkomsten. Dit uitgangspunt wordt onderschreven door staatssecretaris Rummenie van LVVN, die dit ook in zijn Kamerbrieven bevestigt. Hij pleit voor de introductie van loopbaanpacht: een pachtvorm met een minimale looptijd van 24 jaar, die ondernemers het noodzakelijke perspectief en de zekerheid biedt voor investeringen en duurzame bedrijfsontwikkeling.
Loopbaanpacht maakt het mogelijk dat agrariërs grond gebruiken zolang hun bedrijf actief is, zonder aankoopverplichting en zonder de onzekerheid van kortlopende pacht. Dit verlaagt de instapdrempel voor jonge ondernemers, vergemakkelijkt bedrijfsoverdracht en biedt de flexibiliteit die in de sector nodig is.
Met langjarige zekerheid over hun grondposities kunnen ondernemers stabiel plannen en hun bedrijfsvoering duurzaam voortzetten. Sterkere grondposities vergroten bovendien de financieringsmogelijkheden: banken zien een overmaat aan geliberaliseerde pacht juist als een bron van onzekerheid, wat vaak doorslaggevend is bij kredietverlening.
Voor jonge agrariërs betekent loopbaanpacht een aanzienlijke verlaging van de vermogensbehoefte bij de start van hun bedrijf. Hierdoor kunnen zij een onderneming opbouwen met toekomstperspectief, zonder direct grote bedragen te moeten investeren in grond.
Dat langjarige pachtovereenkomsten een belangrijke bijdrage leveren aan de individuele bedrijfsvoering staat buiten kijf. Minstens zo belangrijk is dat zij een stevige basis leggen voor de versterking van de landbouwstructuur in de regio. Bedrijven krijgen de zekerheid en continuïteit die nodig zijn om duurzaam te investeren in grond, gebouwen en bodemkwaliteit.
Een cruciale voorwaarde is echter dat de duur van kortlopende pacht wordt beperkt tot maximaal 6 jaar. Alleen dan ontstaat een duidelijke scheidslijn tussen tijdelijk gebruik en structurele binding met de grond. De huidige gedachte van staatssecretaris Rummenie om de kortlopende pachttermijn op 12 jaar te stellen, ondergraaft dit doel en houdt de bestaande problemen in stand: te veel flexibiliteit en te weinig zekerheid.
Kansen structuurbeleid
Door het ontmoedigen van kortlopende pacht en het stimuleren van langlopende overeenkomsten ontstaat een stevige basis voor een effectief agrarisch structuurbeleid. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om gronden te ruilen, wat leidt tot grotere en beter samenhangende huiskavels en kortere rijafstanden. Eigenaren die slechts voor één of enkele jaren verpachten, zijn doorgaans niet bereid mee te doen aan kavelruil, waardoor structurele verbeteringen uitblijven.
De resultaten van een actief structuurbeleid zijn helder: efficiëntere bedrijfsvoering, minder transportbewegingen en een blijvend sterkere landbouwinfrastructuur in de regio. Structuurbeleid richt zich op de optimale inrichting, het gebruik en de verdeling van landbouwgrond. Het doel is een balans te creëren tussen noodzakelijke schaalvergroting enerzijds en behoud van kleinschaligheid en natuurwaarden anderzijds.
Door agrarische structuurverbetering op gang te brengen, ontstaan betere mogelijkheden voor gebiedsgerichte oplossingen op het gebied van waterbeheer, biodiversiteit, natuur en infrastructuur. Bovendien biedt dit een solide basis voor innovatie en samenwerking tussen agrariërs, overheden en kennisinstellingen. Dit leidt tot duurzame bedrijfsmodellen die bijdragen aan zowel de economische als de ecologische duurzaamheid van de sector.
Modernisering van structuurbeleid
Nederland beschikt over een rijke historie op het gebied van agrarisch structuurbeleid en heeft ruime ervaring met de diverse instrumenten die in het verleden zijn ingezet. Met relatief geringe inspanning kunnen deze instrumenten worden gemoderniseerd en weer effectief operationeel worden gemaakt.
Het gebiedsgerichte beleid dient op regionaal niveau te worden uitgevoerd, waarbij lokale initiatiefnemers door lagere overheden worden gefaciliteerd. Het gaat hierbij niet om een top-downbenadering, maar om een bottom-upaanpak. De inzet van een grondbank is noodzakelijk, maar de overheid hoeft zelf geen eigenaar te worden; dit leidt vaak tot bureaucratische rompslomp. De overheid kan de grondbank wel faciliteren, terwijl de verwerving en het eigendom van de grond wordt ondergebracht in een onafhankelijke stichting.
Politiek aan zet
Boeren zijn meer dan alleen voedselproducenten; zij vervullen ook een cruciale rol in het behoud van landschap, cultureel erfgoed en de vitaliteit van de lokale economie. Met loopbaanpacht en een vernieuwd structuurbeleid kan de landbouwsector een stevige bijdrage leveren aan gebiedsgericht beleid. Dit draagt bij aan het behoud van jongeren op het platteland, een toekomstbestendige agrarische productie en een duurzaam ingerichte leefomgeving waarin ook andere maatschappelijke functies worden versterkt. Dynamische landbouwbedrijven vormen zo de motor van een sterke lokale economie.
Daarnaast stelt een hernieuwd structuurbeleid de agrarische sector beter in staat om de grote uitdagingen op het gebied van klimaat, mestafzet en marktveranderingen het hoofd te bieden. Het BLHB-bestuur zal zijn lobby de komende jaren hierop richten.