Pachtherziening moeizaam
Rummenie heeft pas geleden in een Kamerbrief de voortgang van de herziening van de pachtregelgeving beschreven; de BLHB kan inhoudelijk op hoofdlijnen met de herziening instemmen. Wel moeten er nog een paar bijstellingen plaatsvinden om de nieuwe pachtregel tot een succes te maken.
Inzet bijna goed
Op 3 juli heeft staatssecretaris Rummenie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) in een Kamerbrief gerapporteerd over de voortgang van de herziening van de pachtregelgeving. Deze brief volgt op de Kamerbrief van 20 december 2024. Daarin liet hij weten dat hij de notitie ‘Transitie in de pacht’ als basis gebruikt voor de nieuwe pachtwetgeving. De notitie was geschreven door de veldpartijen Federatie Particulier Grondbezit (FPG), LTO Nederland, de BLHB en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). Rummenie zet in op het stimuleren van langlopende pacht en het ontmoedigen van kortlopende (geliberaliseerde) pacht. Na de behandeling van het onderwerp pacht in de Vaste Commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op 30 januari en 2 juni 2025 heeft de staatssecretaris een aantal zaken nu geconcretiseerd. Op hoofdlijnen blijft hij de notitie ‘Transitie in de pacht’ als basis gebruiken. Maar op een aantal belangrijke punten wijkt hij af, waardoor de pachtregel onvoldoende bijdrage levert aan de agrarische structuur en onvoldoende de economische duurzaamheid bevordert.
Langlopend-kortlopend
Rummenie houdt vast aan het standpunt dat langlopende overeenkomsten worden gestimuleerd en kortlopende overeenkomsten worden ontmoedigd. Hij heeft ten opzichte van ‘Transitie in de pacht’ twee wijzigingen doorgevoerd. In de notitie is de ‘duurzame langlopende pachtvorm’ voorgesteld, met een looptijd van tenminste 18 jaar en met een vrijere marktprijs.
Bij deze pachtvorm bestaat het recht van indeplaatsstelling, maar geen continuatierecht. Door een langere looptijd wordt de continuïteit van de bedrijfsvoering beter geborgd, de financierbaarheid van het bedrijf sterk verbeterd en kan de pachter in duurzaam bodembeheer investeren.
Het is dan noodzakelijk om de kortlopende pachtovereenkomsten – de huidige geliberaliseerde overeenkomsten – te ontmoedigen. In de notitie ‘Transitie in de pacht’ was dit tot 6 jaar beperkt, maar er zou nog nader overleg plaatsvinden. Naast de beperkte looptijd wordt de pachtprijs ook gekoppeld aan de regionorm.
Rummenie heeft op advies van deskundigen en op basis van de motie van Nijhoff besloten om de minimale looptijd van de duurzame langlopende pacht naar 24 jaar te brengen. Dit was ook het oorspronkelijke voorstel van de BLHB, maar tijdens de onderhandelingen tussen de veldpartijen was de eerdergenoemde 18 jaar een compromis. De staatssecretaris laat de pachtprijs vrij en wil een agrarische prijsindex ontwikkelen, zodat de pachtprijs met de agrarische marktprijzen mee beweegt. Dit bevordert volgens de BLHB wederom een hoge pachtprijs waardoor het duurzaam bodembeheer onder druk komt te staan. Ook zal door de 24 jaar er concurrentie met de erfpacht ontstaan: partijen gaan dan naar erfpacht uitwijken.
Rummenie constateert dit probleem ook. In het Burgerlijk Wetboek is nu bepaald dat erfpachtovereenkomsten tenminste 25 jaar moeten duren. Om een duidelijk verschil te maken tussen duurzame langlopende pacht moeten de erfpachtovereenkomsten tenminste 35 jaar duren.
Volgens hem is dit juridisch ook noodzakelijk: volgens het Burgerlijk Wetboek kunnen overeenkomsten korter dan 25 jaar als pacht gelden en langere overeenkomsten als erfpacht worden aangemerkt. Maar pacht moet ook langer dan 25 jaar kunnen gelden. Hij suggereert dat daarom erfpacht tenminste 35 jaar moet duren, althans dat kunnen we concluderen uit de Kamerbrief. De BLHB plaatst vraagtekens en wil nagaan of Rummenie dit correct heeft verwoord.
Overigens heeft de BLHB grote twijfels of de beleidsinzet van Rummenie zal slagen, want dit betekent bijstellingen van het Burgerlijk Wetboek en voor dit onderdeel zijn andere ministeries aan zet. Dit is vaak lastig. Ook andere sectoren hebben erfpacht en dit kan tot onbedoelde effecten leiden.
Rummenie constateert dat de introductie van geliberaliseerde pacht succesvol was, omdat daardoor het pachtareaal niet is afgenomen. Dit is een schrikbarende conclusie en veel te simpel gesteld. Deze zienswijze is hem op een onjuiste manier ingefluisterd. De geliberaliseerde pachtvorm heeft immers tot grote problemen voor de ontwikkeling van de agrarische structuur geleid.
Ook is hij verkeerd voorgelicht dat Rijksvastgoedbedrijf en andere overheden de geliberaliseerde pachtvorm om redenen van flexibiliteit nodig hebben onder meer vanwege mogelijke toekomstige functiewijziging. In de notitie ‘Transitie in de pacht’ was dit probleem namelijk al opgelost door tussentijdse beëindiging bij functiewijziging ook bij duurzame langlopende pachtovereenkomsten mogelijk te maken. Mede daarom heeft Rummenie de kortlopende pacht voor een te verpachten object op maximaal 12 jaar gezet. Ook ziet hij dit als een compromis tussen de verschillende partijen. Hij wil een progressief pachtprijssysteem inzetten. Het valt te betwijfelen of hij de goede economische deskundigen heeft geraadpleegd, die iets weten over landbouwstructuur en over looptijd. Hij heeft in ieder geval bewust de banken niet geraadpleegd.
De BLHB blijft erbij dat de looptijd van geliberaliseerde pacht maximaal 6 jaar wordt, omdat anders het nieuwe pachtstelsel onvoldoende aan de ontwikkeling van de landbouwstructuur bijdraagt.
Teeltpacht
Rummenie laat de teeltpacht grotendeels ongewijzigd. Teeltpacht wordt ingezet voor teelten waarvoor een vruchtwisseling noodzakelijk is. Hij gaat nog bepalen welke teelten onder de teeltpacht vallen. Indien de partijen de pachtovereenkomst niet of te laat inzenden, is de sanctie dat de verpachter geen pachtsom kan opeisen. Eerder was de sanctie dat de pachter met succes de pacht kon vastleggen.
Natuurpacht
Rummenie wil natuurpacht introduceren. Natuurpacht gaat gelden op gronden met een natuurdoel die ook daadwerkelijk zijn ingericht als natuur. Rummenie vindt het belangrijk dat voor het bereiken van de natuurdoelen flexibiliteit in de pachtovereenkomsten mogelijk blijft. Hij wil net zoals in de notitie ‘Transitie in de pacht’ staat, een minimale looptijd van 6 jaar aanhouden, waarbij tussentijds de beheervoorwaarden kunnen worden bijgesteld. De aanpassing zal worden getoetst door de grondkamer.
Dit laatste was niet in de notitie ‘Transitie in de pacht’ opgenomen. Nu tussentijds het beheer kan worden aangepast, wil de BLHB de minimale looptijd naar 12 jaar brengen. Dit geeft een belangrijke bijdrage voor de agrariërs die natuurinclusief willen boeren.
In het voorstel van Rummenie wordt de pachtprijs vrij en mogen de natuurorganisaties de beheersubsidies zelf houden, terwijl de pachter het werk blijft doen. Dit is niet overeenkomstig het beleid van de BLHB.
Bedrijfsmatigheidstoets
Rummenie wil voor bestaande en nieuwe reguliere pachtovereenkomsten een toets op agrarische bedrijfsmatigheid invoeren, zoals beschreven in de notitie ‘Transitie in de pacht’. Het probleem is wederom dat door Rummenie geen kaders voor de invulling zijn voorgesteld, zoals ‘wat is de ondergrens’, ‘telt multifunctionele landbouw wel of niet mee’. De uitwerking blijft hangen.
Duurzaamheid
Volgens Rummenie moeten pachters en verpachters op vrijwillige basis onderling bindende afspraken over een verdere verduurzaming maken. Hij wil vanuit juridisch oogpunt dit niet als verplichting in de regelgeving opnemen. Hij wil de mogelijkheid ook voor bestaande reguliere pachtovereenkomsten mogelijk maken. In de notitie ‘Transitie in de pacht’ hebben de veldpartijen de invulling van de duurzaamheid beperkt tot de bodem.
Rummenie wil verpachters en pachters handvatten bieden, door de definitie van duurzaamheidsafspraken in relatie tot pachtovereenkomsten te verhelderen. Duurzaamheid richt zich daarbij op duurzaam bodembeheer, landschap, natuur en waterkwaliteit. Welke voorwaarden als duurzaam kunnen worden aangemerkt wil hij vastleggen in een zogenoemde ‘positieflijst’. De BLHB volgt deze ontwikkeling kritisch en onze inzet is dat deze voorwaarden zich tot duurzaam bodembeheer beperken.
Pachtprijzenbesluit 2007
Rummenie wil ook het pachtprijzenbesluit herzien. Twee punten zijn genoemd: het ontwikkelen van een progressief prijsstelsel voor de kortlopende pacht en een agrarische indexatie. Ook wil hij conform de notitie ‘Transitie in de pacht’ de jaarlijkse schommelingen in de pachtnormen laten afnemen door bijvoorbeeld de pachtnormen meerjaarlijks vast te stellen. Dit is een goede zaak.
Hij wil ook de pachtnormen voor woningen en gebouwen meer in lijn brengen met de nieuwe huurwetgeving. De BLHB wil ook aanpassingen, maar wijst een koppeling met de huurwetgeving af.
Ook wil de staatssecretaris de systematiek voor de prijsbeoordeling van reguliere pachtprijzen aanpassen, omdat uitvoeringstechnische uitdagingen dit vragen. Dit is een belangrijk onderwerp, maar dit dient niet door de huidige uitvoerder – Wageningen Social en Economic Research – te worden opgepakt. Deze uitvoerder heeft al een rapport opgesteld en dit had veel tekortkomingen en was met te veel eigen belang doorspekt. Dit onderzoek moet opnieuw worden gedaan en Rummenie wil dit ook.
Goede afloop?
Er moet nog veel werk worden verricht voordat er sprake kan zijn van een goede bijstelling van de pachtregel. Het probleem blijft dat toetsing van het beleid op de bijdrage voor de agrarische structuur achterwege blijft en ook economische duurzaamheid geen onderdeel is.