Reguliere pacht op een zijspoor
Uit het voorstel voor de nieuwe wettekst en de bijbehorende memorie van toelichting blijkt duidelijk dat de bestaande reguliere pachtovereenkomsten onder het overgangsrecht worden geplaatst, met alle daaraan verbonden consequenties.
Insteek gewijzigd
In de huidige pachtregelgeving vormt de reguliere pacht het fundament van de wettekst. In het voorliggende wetsvoorstel is deze insteek verlaten en wordt de nieuwe pachtvorm standaardpacht (loopbaanpacht) als uitgangspunt genomen.
De standaardpacht betreft een minimale looptijd van 24 jaar, zowel voor los land als voor opstallen. Partijen dienen vooraf een vaste einddatum overeen te komen en er geldt geen continuatierecht. Daarmee wordt fundamenteel afgeweken van de systematiek van de reguliere pacht.
De uitwerking in de wettekst roept diverse vragen en bezwaren op. Vooral het uitgangspunt van een vrije pachtprijs staat haaks op het standpunt van de BLHB: wij zijn van oordeel dat prijsbescherming een essentieel onderdeel moet blijven van een evenwichtig pachtstelsel.
Bij deze internetconsultatie zijn diverse bijlagen gevoegd, waaronder het overgangsrecht, de nieuwe wettekst en de memorie van toelichting. Opvallend is dat de memorie van toelichting en de voorgestelde wettekst op meerdere onderdelen niet op elkaar zijn afgestemd; dit komt de interpretatie en rechtszekerheid van het voorstel niet ten goede.
Bijzondere overeenkomsten
In de nieuwe wettekst worden de pachtvormen natuurpacht, kortlopende pacht, teeltpacht en continuatiepacht aangemerkt als bijzondere pachtvormen.
Natuurpacht krijgt een minimale looptijd van zes jaar en is de opvolger van de reservaatspacht. Deze pachtvorm kan en moet uitsluitend worden toegepast binnen natuurgebieden. Dit is een positieve ontwikkeling. Wel rijst de vraag of een minimale looptijd van zes jaar voldoende is, of dat een termijn van twaalf jaar meer recht doet aan de doelstellingen van natuurbeheer en duurzame bedrijfsvoering.
Kortlopende pacht is de opvolger van geliberaliseerde pacht en kan volgens het voorstel worden aangegaan voor een maximale looptijd van twaalf jaar. De BLHB pleit ervoor deze maximale duur te beperken tot zes jaar. Zowel de wettekst als de memorie van toelichting schieten tekort in de uitwerking. Uit de voorgestelde regeling volgt dat verpachter en pachter bij aanvang een vaste looptijd moeten afspreken, terwijl het gedurende die twaalf jaar niet mogelijk is om met een andere pachter een overeenkomst aan te gaan. Dit staat haaks op eerdere plannen voor de nieuwe pachtregel uit de Kamerbrieven van staatssecretaris Rummenie, die zich hierbij baseerde op de notitie ‘Transitie in de pacht’ van de veldpartijen FPG, LTO, BLHB en NAJK.
Teeltpacht is in essentie een voortzetting van de bestaande teeltpacht, maar wordt gemoderniseerd. De insteek is dat deze pachtvorm wordt beperkt tot kapitaalintensieve teelten met een maximale looptijd van twee jaar. Daarnaast zal een lijst worden vastgesteld van gewassen die expliciet van deze pachtvorm worden uitgesloten.
Continuatiepacht betreft feitelijk de nieuw af te sluiten reguliere pachtovereenkomsten. In overwegende mate blijven de bepalingen uit de huidige pachtregel van toepassing, met als wezenlijk verschil dat de pachtprijs vrij wordt gelaten. Dit komt overeen met ‘Transitie in de pacht’.
Huidige reguliere pacht
De voorgestelde wetgeving richt zich primair op andere pachtvormen, terwijl de bestaande reguliere pacht slechts wordt voortgezet binnen een afgebakend overgangsregime. De reden daarvan wordt niet gemotiveerd.
Al bij de eerste kennismaking met ambtenaren van het ministerie van LVVN over de notitie ‘Transitie in de pacht’ – die het pachtdossier pas een maand onder hun hoede hadden – bleek zonder inhoudelijke motivatie sprake van aanzienlijke weerzin tegen de reguliere pacht. Deze houding is later weliswaar deels gecorrigeerd, maar de feitelijke uitwerking is dat de reguliere pacht in het wetsvoorstel is geparkeerd. Dit is opmerkelijk, aangezien deze pachtvorm nog steeds meer dan 220.000 ha omvat.
Ook vanuit de initiatiefnemers van Spelderholt is destijds een krachtig pleidooi gevoerd voor het uitfaseren van reguliere pacht. Dit pleidooi was stevig verankerd in juridische argumenten. Argumenten die betrekking hebben op landbouwstructuur en bedrijfseconomie kregen nauwelijks of geen gewicht. Juist deze invalshoeken zijn essentieel voor een evenwichtige beoordeling van het pachtstelsel. Ook in de concept-wettekst ontbreekt deze inhoudelijke inbreng.
Het onderbrengen van de bestaande reguliere pachtovereenkomsten onder het overgangsrecht is niet zonder betekenis. Bij de verdere uitwerking van een definitieve wet kan dit overgangsrecht relatief eenvoudig worden aangepast of geschrapt, of kan worden gekozen voor een uitfasering van deze pachtvorm. Dit brengt een reëel risico met zich mee voor zowel de rechtspositie van pachters als voor de stabiliteit van de agrarische structuur.
Het bestuur van de BLHB zal deze ontwikkelingen nauwgezet volgen en zich beraden op de stappen die noodzakelijk zijn om de positie van de reguliere pacht ook op langere termijn structureel te borgen.
Duurzaamheid
In de nieuwe pachtregel wordt het opnemen van duurzaamheidsafspraken op vrijwillige basis mogelijk. Volgens de memorie van toelichting zal een positielijst met vormen van duurzaamheid worden opgesteld ter ondersteuning van de toetsing door de grondkamer. In de voorgestelde wettekst ontbreekt echter een wettelijke grondslag voor deze lijst; een expliciete verwijzing ontbreekt. Het wordt dus chaos.
Nieuwe pachtovereenkomsten worden door de grondkamer getoetst op buitensporige bepalingen. In de voorgestelde nieuwe pachtregel wordt deze toets echter grotendeels uitgehold. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan namelijk worden vastgelegd welke verplichtingen in ieder geval niet als buitensporig worden aangemerkt. Daarmee wordt de beoordelingsruimte van de grondkamer feitelijk vervangen door een generieke regeling; dit holt haar onafhankelijke toetsingsrol uit.
De stelling in de memorie van toelichting dat bodems van gronden die in geliberaliseerde pacht zijn uitgegeven na afloop van de pachttermijn meestal in een betere staat verkeren dan bodems onder reguliere pacht, staat haaks op eerder uitgevoerd onderzoek. Met deze aanname legitimeert LVVN zijn beleidskeuzes op onjuiste gronden, hetgeen afbreuk doet aan de inhoudelijke kwaliteit en betrouwbaarheid van de voorgestelde regelgeving.
Zowel in de memorie van toelichting als in de nieuwe wettekst wordt de mogelijkheid geopend om ook in lopende pachtovereenkomsten – waaronder de huidige reguliere pachtovereenkomsten – nieuwe duurzaamheidsafspraken op te nemen. Daarnaast kan de verpachter deze afspraken mogelijk zelfs afdwingen.
Dit is een ongewenste ontwikkeling. De BLHB wil deze mogelijkheid dan ook tot een minimum beperken. Het invoeren van deze instrumenten in bestaande contracten zal in de praktijk tot grote problemen leiden en de agrarische bedrijfsvoering onnodig verstoren.
Het risico bestaat dat hierdoor de balans tussen partijen wordt verstoord en dat de rechtszekerheid voor pachters in de huidige contracten wordt ondermijnd. Dit leidt tot onduidelijkheid, onenigheid en onnodige juridische conflicten, terwijl de pachtovereenkomst juist rust en continuïteit moet bieden.
Door deze wijziging ontstaat er daarnaast ook rechtsongelijkheid tussen de verschillende grondgebruiksvormen (eigendom, pacht en erfpacht). Bovendien dreigt de verpachter door deze nieuwe mogelijkheden feitelijk in de rol van ondernemer te stappen, terwijl juist de pachter de verantwoordelijkheid en risico’s van de bedrijfsvoering draagt.
Geen aanpassingen
In de memorie van toelichting en in de wettekst zijn veel voorstellen van de veldpartijen niet meegenomen. Een voorbeeld is het melioratierecht. Pachtersinvesteringen – mits schriftelijk vastgelegd – komen op het einde van de pacht voor een vergoeding in aanmerking. Het kader voor het vaststellen deze vergoeding werd altijd gemist en de veldpartijen hebben concrete voorstellen gedaan die niet zijn overgenomen.
Ook is er een wens om de definitie pacht te moderniseren. Op veel bedrijven is multifunctionele landbouw een belangrijke nevenactiviteit. In de huidige praktijk leidt de ontwikkeling van deze nevenactiviteit tot problemen en daarom was aanpassing van de definitie gewenst. Verder zijn er diverse teelten bijgekomen en heeft de wijze waarop de teelt wordt uitgevoerd, zich ontwikkeld: deze vallen niet binnen de huidige definitie landbouw. In de nieuwe pachtwet is hier niets over te vinden.
Ook zijn er geen maatregelen of stimulansen opgenomen om het areaal zwarte en grijze pacht te verminderen. In de memorie van toelichting is diverse malen gemeld dat met deze nieuwe pachtregel het areaal grijze en zwarte pacht wordt verkleind, maar er staat niet hoe dat zou moeten gebeuren.
Pachtprijzenbesluit
Om tot een goed oordeel over het pachtsysteem te komen, is het essentieel dat de contouren van het nieuwe pachtprijzensysteem bekend zijn. Alleen dan kunnen de effecten op zowel de pachtregel als het pachtprijzenbesluit goed worden beoordeeld. Helaas ontbreekt deze informatie nog, terwijl het pachtprijzenbesluit een belangrijk onderdeel van de pachtregel vormt. Hierdoor rijst de vraag of deze consultatie nog op een verantwoorde en gedegen manier kan plaatsvinden.
Onvolledig
In de memorie van toelichting staan veel p.m.-posten vermeld. Verschillende onderzoeken moeten nog worden uitgevoerd, de bevindingen van de grondkamers ontbreken, evenals het rapport met de financiële onderbouwing. Dit leidt tot de conclusie dat de consultatie wordt uitgevoerd, terwijl belangrijke informatiebronnen nog ontbreken. Daarnaast worden artikelen geschrapt, maar het is onduidelijk om welke artikelen het gaat.
De wettekst voor de nieuwe pachtregel schiet tekort; de BLHB gaat ervan uit dat pachtjuristen deze tekortkomingen eveneens signaleren en tijdens de consultatie naar voren brengen.
Verrassingen en oproep
Het ministerie van LVVN heeft beperkt met diverse partijen gecommuniceerd. De inhoudelijke onderdelen waarover het gaat, zijn niet gecommuniceerd. Dit is een kwalijke situatie. Het BLHB-bestuur zal daarover een standpunt moeten innemen.
Als BLHB-bestuur vinden we het belangrijk dat de BLHB-leden gebruik maken van de internetconsultatie. Dit kan tot 9 februari 2026. We willen u stimuleren om hieraan mee te doen.