Bond voor landpachters en eigen grondgebruikers

Samenhang ter discussie?

De reacties van de belangenorganisaties op de voorstellen uit de internetconsultatie pachtwetgeving zijn grofweg in twee categorieën te onderscheiden: verpachters en pachters. De vraag is of de nieuwe bewindspersoon voor de versterking van de landbouwstructuur gaat of de keuze op de vermogensbeheerder laat vallen.

Overgangsrecht regulier

De BLHB heeft als uitgangspunt dat de reguliere pachtvorm ongemoeid moet blijven. Dit uitgangspunt is belangrijk voor de BLHB, omdat pachtbedrijven – waaronder pachthoeves – hun bedrijfsvoering hierop hebben afgestemd en zo hun financiering mogelijk maken. Bovendien heeft de reguliere pacht na de Tweede Wereldoorlog haar waarde bewezen voor de landbouwstructuur: dankzij de invoering van de pachtwet verbeterden zowel de voedselvoorziening als de landbouwstructuur aanzienlijk. Staatssecretaris Rummenie heeft zijn voornemen om de reguliere pachtvorm te handhaven in diverse Kamerbrieven vastgelegd, maar de huidige reguliere pachtvorm toch onder het overgangsrecht geplaatst. 

Doordat reguliere pacht niet meer onder de pachtregel valt, is het vertrouwen onder pachters weggevallen. Ook plaatst de BLHB vraagtekens bij de toekomstige rechtsbescherming van deze groep. Dit aspect wordt ook door diverse agrarische juristen gedeeld. Zij stellen dat het risico bestaat dat tot ver in deze eeuw volgens het oude recht moet worden geoordeeld over reguliere pachtovereenkomsten en constateren nu al dat dit tot allerlei problemen en obstakels gaat leiden. 

De BLHB heeft er in zijn reactie ook op gewezen, dat het classificeren van bestaande reguliere pachtovereenkomsten juridische gevolgen heeft. Aanpassingen of een geleidelijke beëindiging van deze pachtvorm kunnen eenvoudig worden doorgevoerd in de definitieve wet of op een later moment, wat risico’s met zich meebrengt voor zowel de rechtspositie van pachters als de agrarische structuur.

Staatssecretaris Rummenie had ervoor kunnen kiezen om deze pachtvorm onder te brengen als ‘bijzondere pachtovereenkomst’ in de pachtregel. In dat geval zou de reguliere pacht en continuatiepacht als één bijzondere pachtovereenkomst worden aangemerkt. De bepalingen voor de continuatiepacht en de huidige reguliere pachtvorm komen overeen, behalve dat bij nieuw af te sluiten overeenkomsten (continuatiepacht) de pachtprijs vrij is. Deze optie zou eenvoudig geïmplementeerd kunnen worden, wat de vraag oproept waarom de opstellers juist niet voor deze benadering hebben gekozen. Deze conclusies worden ook door NAJK en LTO gedeeld.

De FPG stelt in haar reactie een duidelijke einddatum voor bestaande reguliere pacht als pachtvorm, in een zorgvuldig vormgegeven overgangsrecht. Asr (de grootste particuliere agrarische grondbezitter) en de Stichting Twickel sluiten zich volgens hun reactie aan op het beëindigen van de huidige reguliere overeenkomsten. Op zich niet vreemd, omdat beide partijen in het FPG-bestuur zijn vertegenwoordigd. Ook de Nederlandse vereniging van Rentmeesters geeft in haar reactie de overweging om de lopende reguliere pachtovereenkomsten met een overgangsperiode van bijvoorbeeld 50 jaar te beëindigen, zodat er daarna gekozen kan worden voor een andere pachtvorm. Deze insteek van de NVR was te verwachten, omdat de leden in belangrijke mate van verpachters afhankelijk zijn.

Kortlopend – langlopend

De nieuwe pachtvorm is standaardpacht, een langlopende pachtvorm. Het voorstel is dat de looptijd minimaal 24 jaar is en de pachtprijs wordt vrijgegeven. De BLHB wenste een minimale looptijd van 18 jaar, maar 24 jaar zal geen obstakel zijn. De BLHB kan niet akkoord gaan met het vrijgeven van de pachtprijs.

Verpachters streven naar de hoogste pachtprijs, en zullen nu vaak voor een veiling kiezen. Dit helpt de landbouwstructuur niet vooruit. Vooral jongere en minder kapitaalkrachtige boeren maken hierdoor weinig kans op deze grond. Verpachters doen dit nu al bij geliberaliseerde pachtcontracten korter dan zes jaar; vooral kapitaalkrachtige bedrijven krijgen de grond via deze uitgifte. 

Een te hoge pachtprijs beperkt pachters in hun mogelijkheden om te investeren in duurzaamheid op hun bedrijf. De BLHB stelt daarom voor – in lijn met de Kamerbrieven van Schouten en Adema – om voor een vrijere pachtprijs voor de langlopende overeenkomsten te kiezen. De meest voor de hand liggende optie is deze te koppelen aan de regionorm. LTO en NAJK hebben vergelijkbare opmerkingen gemaakt. 

Een verschil tussen BLHB enerzijds en LTO en NAJK anderzijds is de maximale looptijd voor de kortlopende pachtvorm. BLHB kiest voor 6 jaar, omdat een langere termijn niet meer als kort kan worden gezien en te weinig prikkels biedt om langlopende overeenkomsten af te sluiten. LTO en NAJK accepteren wel de 12 jaar.

Veel reacties van met name verpachters betreffen bezwaren tegen de minimale duur van 24 jaar voor de langlopende pachtvorm. Deze reacties gaan uit van de verwachting dat deze pachtvorm door deze minimale duur weinig aangeboden zal worden, ondanks de vrije pachtprijs. Ook vinden zij de afstand tot de kortlopende pacht van maximaal 12 jaar te groot. De FPG stelt voor om de pachtvorm tot 12 jaar te beperken en aan te bieden met pachtprijsdifferentiatie, en de standaardpacht met een vrije pachtprijs vanaf 12 jaar. Dit wordt door meerdere partijen onderschreven. Zij twijfelen dan ook of het voorgestelde pachtstelsel in de praktijk zal functioneren.

Nieuwe dimensie

De LVVN-ambtenaren moeten de nieuwe bewindspersoon van informatie voorzien en deze zal mede op hun advies een besluit nemen. Kiest hij voor de landbouwstructuur of prefereert hij de belangen van de verpachters.

Voor de BLHB is het in ieder geval van belang dat de verschillende pachtvormen op elkaar zijn afgestemd en een goede samenhang hebben. In de nota ‘Transitie in de pacht’ hebben de vier veldpartijen FPG, LTO, BLHB en NAJK voor het ontwerpen van het pachtstelsel de juridische en de (bedrijfs-)economische aspecten als basis genomen. Ook de uitvoerbaarheid van de voorstellen zijn getoetst, mede door de praktijkkennis van diverse deskundigen en sectoren. De nieuwe bewindspersoon kan zich niet aan dit ontwerp onttrekken. 

Lees de BLHB-reactie op de internetconsultatie pachtwetgeving.