Teveel losse eindjes bij pachtregel
Op 29 oktober 2025 heeft het ministerie van LVVN verschillende organisaties bijgepraat over de voorgenomen nieuwe pachtregelgeving. Hoewel het overleg bedoeld was om helderheid te verschaffen, bleef veel onduidelijk of werd niet benoemd. Het BLHB-bestuur acht dit zorgelijk en dringt erop aan dat het ministerie op zeer korte termijn met meer duidelijkheid komt.
Consultatie
Op 29 oktober 2025 hadden medewerkers van het ministerie van LVVN een bijeenkomst georganiseerd voor belanghebbenden om hen bij te praten over de voortgang van de herziening van de pachtwetgeving. Eerder, op 3 juli 2025, stuurde staatssecretaris Rummenie de Besluitenbrief pachtherziening naar de Tweede Kamer, waarin de eerder geschetste contouren van de herziening verder waren uitgewerkt. Het ministerie heeft de besluiten uit deze Kamerbrief vertaald naar een conceptwetsvoorstel. Volgens de huidige planning wordt dit voorstel aan het einde van het jaar via een internetconsultatie openbaar gemaakt.
Verpachters anders
Tijdens de bijeenkomst nam de Federatie van Particulier Grondbezit (FPG) een aantal opvallende standpunten in. Waar FPG eerder samen met FPP, LTO, NAJK en BLHB de gezamenlijke notitie ‘Transitie in de pacht’ onderschreef, koos de organisatie nu voor een afwijkende koers. FPG pleitte voor het beëindigen van het instrument reguliere pacht, het behouden van geliberaliseerde pachtcontracten met een looptijd korter dan zes jaar en het schrappen van de voorgestelde natuurpacht met een minimale looptijd van zes jaar. FPG liet zich tijdens de bijeenkomst vertegenwoordigen door Mooiweer (Twickel) en Pronk (ASR). Het was echter onduidelijk of zij deze standpunten namens het bestuur van FPG innamen.
Contouren
In de afgelopen maanden hebben de LVVN-medewerkers hard gewerkt aan de contouren van de nieuwe pachtwetgeving. De uitwerkingen van de besluitenbrief van Rummenie zijn wel duidelijk. Langlopende overeenkomsten worden gestimuleerd en kortlopende overeenkomsten worden ontmoedigd. De BLHB onderschrijft dit, maar we zijn het niet eens met het punt dat kortlopende pacht maximaal 12 jaar wordt (in plaats van 6 jaar).
Ook dat langlopende overeenkomsten een vrije pachtprijs krijgen, is niet acceptabel. Dit geldt ook voor de invulling van duurzaamheid bij de pachtovereenkomsten: dit zal in de praktijk tot grote problemen gaan leiden.
Pachtstelsel
De veldpartijen – FPG, LTO, BLHB en NAJK – hebben gezamenlijk concrete voorstellen gedaan om agrarische gebouwen – zoals stallen, schuren, kassen of (voormalige) hoeves zonder landbouwgrond – te kunnen verpachten via een kortlopende overeenkomst van maximaal zes jaar, zonder de mogelijkheid tot verlenging. De prijs en overige bepalingen zouden daarbij in onderling overleg tussen pachter en verpachter kunnen worden vastgesteld. Tot nu toe blijft het onduidelijk of deze regeling daadwerkelijk in het nieuwe pachtstelsel zal worden opgenomen.
Daarnaast hebben de veldpartijen het instrument grondruilovereenkomsten voorgesteld. Deze overeenkomsten maken formeel geen deel uit van het pachtstelsel, maar vormen daarop een belangrijke aanvulling. Met grondruilovereenkomsten ontstaat een werkbaar systeem waarmee agrarische ondernemers voor een periode van maximaal twee aaneengesloten jaren landbouwgrond van gelijke omvang kunnen uitwisselen. Dit biedt bijvoorbeeld melkveehouders en akkerbouwers de mogelijkheid om samen te werken aan bodemvruchtbaarheid, vruchtwisseling en het verkrijgen van verse grond.
De overeenkomsten zouden worden geregistreerd in de gecombineerde opgave, zodat het gebruik formeel is vastgelegd en (onder)pacht wordt voorkomen. Vanuit het ministerie van LVVN blijft het tot nu toe echter stil of deze mogelijkheid in regelgeving of beleid wordt opgenomen.
Pachtprijzenbesluit
In de notitie ‘Transitie in de pacht’ hebben de vier veldpartijen concrete voorstellen gedaan voor de herziening van het Pachtprijzenbesluit. In zijn besluitenbrief heeft de staatssecretaris hierover slechts enkele uitgangspunten geformuleerd, maar een duidelijke uitwerking ontbreekt nog. Zo wil hij een demping van de pachtprijzen realiseren en de normen voor woningen en gebouwen koppelen aan de nieuwe huurwetgeving. De BLHB verzet zich tegen deze koers, maar het ministerie geeft tot op heden geen verdere toelichting of onderbouwing. De kans op ongewenste effecten is daarmee aanzienlijk, en we dringen aan op spoedige duidelijkheid.
Overheidsingrijpen
Steeds vaker voert de overheid maatregelen door die het gebruiksgenot van landbouwgrond beperken, zonder dat daar een vergoeding voor de opbrengstderving tegenover staat. Het gaat daarbij onder meer om verplichtingen rondom bloemrijke akkerranden, kringlooplandbouw, strokenteelt, beperkingen op het aantal GVE per hectare en de voorgestelde bufferzones rond Natura 2000-gebieden.
Deze maatregelen hebben directe financiële gevolgen voor agrarische ondernemers, terwijl onduidelijk blijft hoe deze beperkingen zich moeten verhouden tot pachtovereenkomsten en de rechten en plichten van zowel pachter als verpachter.
De gevolgen van deze maatregelen op de opbrengst van de grond kunnen alleen via het pachtprijzensysteem doorwerken. Als de maatregel van de bufferstroken op termijn leidt tot minder opbrengend vermogen van de grond, zal deze factor zich uiteindelijk vertalen in een lagere pachtprijs. Het is nog onduidelijk of het ministerie dit wel oppakt.
Melioratierecht
Het melioratierecht geeft de pachter recht op een vergoeding voor door hem gedane verbeteringen of investeringen op het gepachte. In de huidige pachtregel is de uitvoering daarvan echter onnodig omslachtig. Wanneer de verpachter niet vrijwillig meewerkt, moet de pachter een procedure starten bij zowel de pachtkamer als de grondkamer. Dat maakt het verkrijgen van een terechte vergoeding tijdrovend en complex.
Met enkele beperkte aanpassingen in de wettekst kan dit aanzienlijk worden vereenvoudigd: een enkelvoudige procedure bij de grondkamer zou dan volstaan.
Daarnaast ontbreken in de huidige regelgeving duidelijke richtlijnen voor de waardering van pachtersinvesteringen. De veldpartijen stellen daarom voor om hierbij de afschrijvingstermijnen te hanteren uit de sectorale handboeken, zoals het KWIN. Daarmee ontstaat meer uniformiteit, transparantie en voorspelbaarheid voor zowel pachters als verpachters.
Multifunctionele landbouw
De huidige pachtregel sluit onvoldoende aan op de multifunctionele landbouw, terwijl juist deze vorm van bedrijfsvoering door hetzelfde ministerie actief wordt gestimuleerd. Dit speelt zowel bij de definitie van pacht in de regelgeving als bij de praktische toepassing ervan. Tot nu toe blijft deze mismatch onderbelicht en dat is onwenselijk. Een pachtstelsel dat niet meegroeit met de realiteit van agrarische verbreding belemmert ondernemers die inspelen op maatschappelijke en economische ontwikkelingen.
Onvolkomenheden
Daarnaast blijft het ministerie in gebreke bij het bieden van duidelijkheid over het herstel van diverse onvolkomenheden in de pachtregel. Bij de totstandkoming van de pachtregel in 2007 is geprobeerd de teksten te moderniseren ten opzichte van de oude Pachtwet, maar daarbij zijn meerdere fouten ontstaan. Deze hebben betrekking op onder meer schadeloosstelling, eigen gebruik, het recht op bezichtiging van het gepachte en de herziening van de pachtprijs.
Het ministerie kondigde direct na 2007 aan deze fouten snel te zullen herstellen, maar inmiddels zijn we ruim achttien jaar verder en is er nog niets opgelost. Of deze punten nu wél worden meegenomen in het nieuwe stelsel, blijft nog onduidelijk.